EGLĖ BUDVYTYTĖ & ESPACE AYGO: A WOMB OF THINGS TO BE AND A TOMB OF THINGS THAT WERE
A Womb of Things to Be and a Tomb of Things That Were brengt werk samen van beeldend kunstenaar Eglė Budvytytė, die vanuit Amsterdam en Vilnius werkt, en Espace Aygo, een Brussels kunstenaars- en ontwerperscollectief.
In haar videowerk onderzoekt Budvytytė hoe het lichaam verweven is met andere levensvormen. Daarnaast toont Espace Aygo een grootschalige installatie waarin door mensen gemaakte constructies niet langer rechtop blijven staan. Samen roepen de werken de vraag op wat er kan ontstaan wanneer de drang om te bouwen, te groeien en omhoog te kijken stokt en plaatsmaakt voor horizontale verhoudingen en andere vormen van onderlinge afhankelijkheid.
De titel is een variatie op een zin uit Ursula K. Le Guins The Carrier Bag Theory of Fiction (1986). Le Guin beschrijft het universum daarin als “a womb of things to be and tomb of things that were”: een wereld die nooit af is en waarin wat voorbij is en wat nog kan ontstaan naast elkaar blijven bestaan.
In de films van Budvytytė krijgt die relatie tussen verleden en toekomst vorm door de manier waarop het lichaam wordt verweven met alles rondom. In Songs from the Compost: Mutating Bodies, Imploding Stars (2020) bewegen performers door de bossen en duinen van de Curonian Spit, een smalle zandige uitham die de Oostzee scheidt van de Koerse Lagune. Zang en choreografie tonen symbiotische processen, terwijl een stem van gedaante wisselt en zich tussen genders en menselijke en niet-menselijke vormen beweegt. Warmblooded and Earthbound (2024) verkent de intimiteit tussen lichaam en land via gemeenschapsrituelen die leven en dood verbinden. De film beweegt zich langs rivieroevers en door kleigroeves, en bouwt verder op het onderzoek van archeologe Marija Gimbutas naar neolithische matrilineaire samenlevingen en begrafenisrituelen. Oude vormen van samenzijn komen zo in contact met lichamen van nu. De films laten zien hoe verval en afbraak doorgangen kunnen openen tussen verschillende vormen van leven en tijd.
De ingezakte constructies van Espace Aygo zetten vraagtekens bij de drang om steeds groter en hoger te bouwen. Ze bieden een ondergrond, een steun, een plek om samen te komen. Ze reiken voorbij de gebruikelijke grenzen van de Kunsthal, naar buiten en tot in naburige organisaties. Wanneer een constructie inzakt, ontstaan nieuwe zichtlijnen. Een uitzicht dat voorbehouden was aan wie de top kon bereiken, wordt toegankelijk vanuit verschillende posities op de grond. Er komt ruimte voor een groep en haar vele perspectieven. In de kunsten wordt overleven vaak voorgesteld als een klim, een zogenaamd lineair pad naar erkenning, met bovenaan slechts plaats voor enkele gelukkigen. De werken in deze tentoonstelling bevragen dat model van voortdurend stijgen. Ze onderzoeken hoe artistieke praktijken kunnen voortbestaan dankzij wederzijdse steun, vriendschap en de mogelijkheden die kunstenaars voor elkaar openen.
Deze tentoonstelling komt tot stand met de steun van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in België. De bijdrage van Espace Aygo is ontwikkeld in coproductie met RendezVous – Brussels Art Week.
Curatoriële toelichting
Wat me aantrok in het samenbrengen van deze praktijken, was een verbinding die verder reikt dan hun visuele verwantschap. Wat ik waardeer in Jesters duotentoonstelling format is dat kunstenaars in verschillende fasen van hun praktijk elkaar een nieuwe blik op hun werk kunnen geven, elkaar kunnen uitdagen.
De films van Budvytytė tonen lichamen met poreuze grenzen, gevormd door andere lichamen. Symbiose en kwetsbaarheid brengen het idee van een zelfvoorzienend individu aan het wankelen. Ik lees deze werken als een uitnodiging om na te denken over hoe we met afhankelijkheid leven, welke vormen van samenzijn daardoor mogelijk worden. Die vraag voelt tastbaar in de manier waarop Espace Aygo werkt en zich door het leven beweegt. Hun gedeelde wereld en praktijk, hun banden met een bredere gemeenschap en hun omgang met bestaande materialen maken die onderlinge afhankelijkheid heel tastbaar. Dit krijgt vorm in het delen van ruimte en vaardigheden, in het op elkaar steunen, en in het toelaten dat de beschikbare materialen mee bepalen wat er wordt gemaakt. Hun aandacht voor materialen roept ook een vraag op over de druk om te blijven produceren. Wat moet er worden gemaakt, en wat is al genoeg?
Ik merk bij sommige jonge mensen een gevoel van onzekerheid dat soms kan verharden tot fatalisme. Ik herken het ook bij mezelf, het gevoel dat onze inspanningen misschien weinig verschil uitmaken wanneer de wereld zo snel lijkt in te storten. Dertig procent minder Vlaamse middelen voor erfgoedcellen en bovenlokale musea. Opnieuw besparingen in het sociaal-culturele werk. Hoop begint bitter te smaken en de toekomst die ons werd beloofd, zakt verder onder de horizon. Maar ik blijf terugkomen bij het beeld van mensen die op elkaars schouders steunen, zichtbaar in beide de praktijken die we hier presenteren bij Jester. In een kunstwereld waarin relaties zo gemakkelijk opstapjes naar individuele vooruitgang kunnen worden, vraag ik me af wat er gebeurt wanneer we ze het werk zelf laten vormgeven.
- Karel Op ’t Eynde, curator bij Jester
Vlaanderen, Stad Genk, de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in België., RendezVous – Brussels Art Week, EMBELCO
%20(c)%20Silvia%20%20(1).jpg)
%20(c)%20Silvia%20.jpg)
%20(c)%20Silvia%20.jpg)
%20(c)%20Silvia%20Cappellari.jpg)
%20(c)%20Silvia%20.jpg)
%20(c)%20Silvia%20.jpg)